Taco Anema

Hollandse Huishoudens

Taco Anema

Zonder titel, [Familie Nahumury, Amsterdam], 2004, © Taco Anema

Zonder titel [Familie Heally-Bottse, Duivendrecht], 2003, © Taco Anema

Zonder titel [Familie Mooi, Amsterdam], 2005, © Taco Anema

Zonder titel [Familie de Boer-Kroft, Amsterdam], 2007, © Taco Anema

Dit voorjaar openen in Huis Marseille twee nieuwe tentoonstellingen rond het thema familie in de fotografie. Naast de bijzondere en omvangrijke collectie daguerreotypieën van de familie Enschedé, waaronder de allereerste foto in Nederland, zijn er eigentijdse familieportretten te zien van de Amsterdamse fotograaf Taco Anema.

Ook de familie Enschedé werd opnieuw door hem geportretteerd. Met de serie Hollandse Huishoudens laat Anema zien hoe ver het familieportret van nu afstaat van het statige, soms wat krampachtige groepsportret van toen, dat ons op kleine en intieme verzilverde koperplaatjes is overgeleverd. Anema’s groepsportretten zijn taferelen – Tableaux Vivants. Er ligt een informele, sociaal en sociologisch geïnspireerde zienswijze aan ten grondslag. Daarnaast doen deze kleurenfoto’s op groot formaat op wonderlijke wijze weer denken aan het idioom van de geschilderde familieportretten van het begin van de vorige eeuw. Taco Anema’s huishoudens zijn wel ‘opgeruimder’ en zeker minder karikaturaal dan de spreekwoordelijke huishoudens van Jan Steen. Ook zijn ze warmer en losser van toon – gezelliger en Hollandser – dan bijvoorbeeld de sterk geformaliseerde familieportretten van de Duitse fotograaf Thomas Struth. Er staat minder spanning op dan bij de magistrale maar complexe groepsportretten van Rineke Dijkstra. Niet alleen blijkt bij Anema dat de stilistische ontwikkeling in het familieportret zich krachtig heeft ontwikkeld, zijn foto’s laten goed zien hoezeer het Nederlandse gezin aan het veranderen is – veranderd is.

Taco Anema (1950) komt voort uit de traditie van de documentaire fotografie, die zich in Nederland zeer sterk heeft ontwikkeld. Anema’s ontwikkeling in zijn werk vanaf de jaren zeventig tot nu loopt parallel aan deze traditie. Na zijn studie sociologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, besluit Anema in 1975 om fotograaf te worden. Hij koopt het boek Sweet Life, Ed van der Elsken’s absolute meesterwerk en een Nikon Nikkormat camera met 50mm lens. In die tijd was een goede fotograaf een linkse fotograaf en de fotografie een activistisch instrument.

Anema’s eerste, gepubliceerde fotoserie gaat over de krakersbeweging, met name het krakersoproer aan de Vondelstraat. Zijn zwart-wit foto’s verschenen in het populaire tijdschrift Nieuwe Revu (nu Revue), toen de tweede mogelijkheid na het progressieve weekblad Vrij Nederland, als het ging om dé beste plekken om je reportages in te kunnen publiceren.

Rond 1980 fotografeert en publiceert Taco Anema regelmatig samen met de bekende documentaire fotografen van toen: Willem Diepraam, Bert Nienhuis, Hans van den Bogaard, Han Singels, Hans Aarsman, Theo Baart, Lex van der Slot en Hannes Wallrafen. Op eigen initiatief maakt hij een aantal reizen naar Polen, om daar de stakingen, betogingen en de opkomst van de vrije vakbond Solidarnosz vast te leggen. Deze foto’s verschenen in de dagbladen De Volkskrant en Trouw, en het wekblad De Groene Amsterdammer. Voor Anema zelf betekenen zij zijn doorbraak als documentair fotograaf.

Tijden veranderen, ook voor het succesvolle genre documentaire fotografie. Het persoonlijke engagement van zowel fotografen als van de bladenmakers van toen wordt langzaam maar zeker commerciëler gekleurd en de opdrachten nemen af. Verschillende  fotografen leggen zich toe op het maken van fotoboeken, anderen op nieuwe narratieve structuren zoals sequenties, of conceptuele vormen van fotografie. Als in de jaren tachtig en negentig de fotografie steeds meer als kunstvorm wordt gezien, verschuift ook bij de documentair werkende fotografen de aandacht naar nieuwe, ruimtelijke presentatievormen en neemt het aantal foto-exposities beduidend toe.

Portretfotografie en Groepsportretten

Taco Anema specialiseert zich steeds meer in de portretfotografie. Van 1980 tot 1995 maakte hij de meeste portretten voor kranten en tijdschriften: (Nieuwe) Revu, De Groene Amsterdammer, Volkskrant, Trouw en NRC-Handelsblad. Zijn kracht blijkt steeds duidelijker in groepsportretten te liggen. Als regisseur weet hij uiteenlopende groepen op een levendige en betekenisvolle manier op te stellen. De gevonden compositie moet volgens zijn opvatting ook iets laten zien van de identiteit van de groep, en haar sociale rol. Daarnaast experimenteert hij met beeldformules die soms direct aan de schilderkunst zijn ontleend. Zijn eerste museale serie groepsportretten maakt hij van de verschillende groepen inwoners van de stad Enkhuizen. Zijn succes als fotograaf van groepsportretten werd bevestigd, toen het Holland Festival hem in 1987 opdracht gaf tot het maken van een serie portretten van de deelnemende gezelschappen.

Net als in zijn vroegere reportagefotografie wil Anema niet alleen tonen, maar ook ‘verhalen’ over de eindeloze verschillen tussen groepen mensen. In zijn nieuwe werk gebruikt hij vooral de compositie en uitsluitend het bestaande licht om zijn visie te realiseren. Hij vertaalt zijn idee over hun onderlinge relaties in een ruimtelijke structuur. Waarbij hij lichaamstaal, poses, attributen, en vooral het licht als verhalende én beeldende elementen gebruikt.

 

Hollandse huishoudens

Sinds 2002 werkt Anema aan een reeks over honderd gezinnen in Nederland. Binnen het groepsportret intrigeert het fenomeen gezin hem, onder andere omdat behoudendheid en vernieuwing er om voorrang strijden. Het gezin als ‘hoeksteen van de samenleving’ lijkt een behoudend instituut, maar tegelijkertijd manifesteren zich hierin bij uitstek de sterk veranderende samenstelling van de Nederlandse bevolking en de dito levens- en samenlevingsvormen die daarbij horen. Ook de multiculturele samenleving is in zijn ogen het best zichtbaar in de huiskamer.

Na een periode van relatieve desinteresse, beleeft het Nederlandse familieleven en het gezin – en toevallig niet alleen in de fotografie – hernieuwde aandacht. In Nederland waren er bijvoorbeeld het project Kinderrijk (2002) over grote families van Annie van Gemert en Familie in Beeld – Vriesendorp uit Dordrecht (2007), een grootschalig opdrachtproject waarin de familie Vriesendorp zich liet fotograferen door vooraanstaande fotografen als Koos Breukel en het duo Blommers/Schumm.

Bij een vergelijking met de portretten van Struth wordt de bijzondere zeggingskracht van Anema’s groepsfoto’s duidelijk. De families van Struth zijn formeel gepositioneerd ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de camera. De Hollandse Huishoudens van Anema zijn gelaagder, het accent ligt op intimiteit, saamhorigheid en de groep voegt zich in de dimensionaliteit van de huiskamer. Een ander verschil is dat bij Anema juist veel af te lezen is aan de poses en de lichaamstaal, terwijl bij Struth het gezicht en de blik richting geven aan het portret. Daarnaast zijn Anema’s gezinsportretten ‘gebouwd’ op de huiselijke omgeving van hun natuurlijke habitat. Onderling zijn deze portretten gevarieerd en bijzonder kleurrijk. De met zoveel ophef bediscussieerde contrasten tussen allochtone en autochtone families worden door zijn aanpak tot normale proporties teruggebracht.

Collectie Huis Marseille

In april 1931 hield de fotograaf Dr. Erich Salomon in Hotel Kaiserhof (Berlijn) een lezing over zijn werk, getiteld: “Mit Frack und Linse durch Politik und Gesellschaft” (met jacquet en camera door  politiek en maatschappij). Onder de 400 genodigden waren vele hooggeplaatste Duitse functionarissen uit de politiek, industrie en wetenschap, die zichzelf nu levensgroot geprojecteerd zagen. Voorzien van het snedige commentaar van de fotograaf zelf, die vertelde hoe hij deze portretten ongemerkt had gemaakt. Deze lezing vormde de aanzet tot zijn boek Berühmte Zeitgenossen in unbewachte Augenblicken dat hetzelfde jaar verscheen.

Zowel de tekst van de lezing in Hotel Kaiserhof als het grootste deel van de glasdia’s die Salomon hierbij gebruikte, hebben de oorlog doorstaan en bevinden zich in het Salomonarchief van de Berlinische Galerie. De reconstructie van Salomons historische lezing kwam in 2001 tot stand,  in opdracht van Huis Marseille. Hij werd gemaakt door de fotografen Hans Samsom en Iwan Baan, in samenwerking met Peter en Trudy Hunter, de Berlinische Galerie en Laura Samsom-Rous. De Nederlandse tekst wordt gesproken door schrijver en oud-diplomaat F. Springer, de Engelse tekst door filmmaker Keith Washington. Deze projectie wordt nu opnieuw getoond in samenhang met de daguerreotypie portretten van de familie Enschedé en de ‘Hollandse Huishoudens’ van Taco Anema.

Trudy Hunter schonk onlangs een zeer mooie sequentie van 7 foto’s van haar schoonvader Dr. Erich Salomon aan Huis Marseille. Salomon had de portretten van de dirigent Bruno Walter (1876 – 1962) rond 1930 gemaakt, vermoedelijk tijdens een concert in Covent Garden, Londen. Ook deze fotosequentie zal bij de projectie getoond worden.

Publicatie

Taco Anema, ‘100 Hollandse Huishoudens’ (2002 – 2009), met een essay van Fred Feddes, uitgeverij De  Verbeelding 2009.

 

 

 

 

Met werk uit de collectie van

Taco Anema, Dr. Erich Salomon